• Hendrik Staal was een verzetstrijder, maar hij sprak weinig over zijn verzetswerk.

    Familie Staal

'Hij was geen avonturier, maar deed het toch'

NIJKERK Niels Staal heeft de aanwezigen tijdens de Nijkerkse dodenherdenking van 4 mei ontroerd met zijn verhaal over zijn overleden grootvader Hendrik Staal, die in de Tweede Wereldoorlog in het verzet zat. Nooit wilde of kreeg Hendrik Staal de eer die hij verdiende, tot afgelopen zaterdag.

Maranke Pater

Hendrik sprak, op enkele uitzonderingen na, nooit over de Tweede Wereldoorlog en zijn verzetswerk. Toen hij op zijn sterfbed lag, liet hij de 19-jarige Niels bij zich roepen. Niels: ,,Hij vroeg mij om psalm 1 voor te lezen. Vooral de zin ‘Welzalig die niet wandelt in de raad der goddelozen’. Een zin die gaat over dat er geen middenweg is, iets is goed of kwaad en daar moet je als mens tussen kiezen. Toen ik hem vroeg of hij de juiste keuzes had kunnen maken in zijn leven raakte hij heel ontroerd en zei hij dat hij hoopte dat hij het goed gedaan had.” Niels wist niet waar die emoties vandaan kwamen en besloot navraag te doen in de familie.

VERZETSGROEP Overdag werkte Hendrik in de eierhandel van zijn vader en ‘s nachts sloot hij zich aan bij de verzetsgroep van Berend van Veenendaal, ook wel ‘de Groep van Beer’ genoemd. Hendrik was 33 jaar oud toen de oorlog uitbrak. Veel van de leden van de verzetsgroep kende hij vanuit de gereformeerde kerk. ,,Hij zag het joodse volk als het broedervolk en vond dat Nederland niet overheerst kon worden door een vreemde macht. Voor zijn gevoel moest hij opstaan. Hij was geen avonturier, hij was een vader en had nog meer verantwoordelijkheden, maar hij deed het toch.”

De grootmoeder van Niels wist toen haar man met zijn verzetswerk begon niets over zijn nachtelijke praktijken. ,,Die twee waren echter zo toegewijd aan elkaar, dat het geen vraag was of ze hem daarin steunde. Dat deed ze gewoon. Mijn grootvader was een imposante, statige man. Dat hielp hem ook als hij ergens werd aangehouden. Hij begon dan direct om een meerdere te vragen en kon zich zo uit de situatie redden.” De groep opereerde vanuit boerderij Westen-Appel, aan de Barneveldseweg bij de familie Zandbergen. ,,Daar hadden ze een kelder waar ze wapens bewaarden."

SABOTAGE De Kruishaarse hei grensde aan de boerderij en was de voornaamste droppingsplaats van heel Nederland. ,,Hier werden duizenden kilo’s goederen gedropt en agenten doorgeleid. Ze hadden constant verbinding met de regering in Londen. Er waren veel georganiseerde acties, zoals het vervangen van een oproep tot vordering van paarden voor de Duitsers voor een eigen pamflet waarop stond dat het niet meer hoefde. De groep had ook op verschillende plekken radio’s verstopt. Ook voerde Hendrik met de groep veel sabotagewerk uit, zoals het opblazen van spoorlijnen.

ONDERDUIKEN ,,Mijn grootvader hielp mensen daarnaast met onderduiken. Zo heeft het gezin een hele tijd een drukker in huis gehad uit Hilversum en later kwam er een gezin uit Oosterbeek dat gevlucht was voor de bombardementen." Hun zoon was zijn been verloren.” Eén van de grootste acties waar Hendrik bij betrokken was, was de gewapende overval van het Nijkerkse stadhuis. Veel Nijkerkse inwoners werden opgepakt om in Duitsland tewerkgesteld te worden. ,,Ze werden opgepakt doordat de Duitsers hun namen en adressen vanuit het bevolkingsregister wisten te halen. Ze hebben met de Groep van Beer toen het hele bevolkingsregister weggehaald.”

EXECUTIE De executie van een verzetslid die een verrader bleek te zijn, was waarschijnlijk één van de meest ingrijpende gebeurtenissen. ,,Met de andere leden van de groep werd een eigen rechtbank opgesteld in de boerderij en daar werd de man ter dood veroordeeld.” Elkaar overdag ontmoeten werd steeds spannender. Alleen na de zondagsdienst konden de mannen bij elkaar komen. ,,Dominee Pellicaan, die ook lid was van de groep, had een karabijn onder zijn toga en er stond een raam in de consistorie open voor het geval er een inval werd gedaan tijdens de kerkdienst, zodat de mannen konden ontsnappen.”

In de laatste dagen van de oorlog, toen Nijkerk bevrijd was, hielp Hendrik samen met de andere groepsleden om SS-ers te vangen. ,,Tijdens één van die dagen is zijn vriend Job omgekomen. Hier heeft hij het heel moeilijk mee gehad.” Nooit ging Hendrik naar plechtigheden als de Dodenherdenking of speciale Veteranendagen. ,,De groep is nooit meer als een soort reünie bij elkaar gekomen en hij wilde nooit een onderscheiding hebben.”