Notre Dame

De Stad Nijkerk publiceerde in september het gedicht 'Torenplein' van onze stadsdichter Bert Jurling. Een fragment daaruit: 'Notre Dame in het klein - de grote kerk verdient een plein - een plein geeft rust en openheid - je ziet meer hemel om de toren - de vogels laten zich weer horen - zodat je loskomt van de tijd - zwijgend bij het huis van Morie - en omringd door oude bomen - is er ruimte om te dromen - over toekomst en historie'.

 

Als de uitverkiezing tot 'mooiste van Nederland' in 2012 iets bewijst, is het dat Nijkerkers trots zijn op hun toren. Waarschijnlijk kan iedere inwoner zich dan ook iets voorstellen bij het droombeeld dat onze stadsdichter schetst.

Over naar het Stadhuis. Daar vergaderde een raadscommissie donderdag over de 'parkeermotie' die in maart was aangenomen bij de besluitvorming over de visie Aantrekkelijk Nijkerk. De opdracht: ga in gesprek met bewoners en ondernemers over een proef met gratis parkeren en over het behoud van meer bovengrondse parkeerplaatsen. Dat er donderdag maar liefst tien insprekers gebruik maakten van hun spreekrecht, laat zien dat dat gesprek niet voor iedereen tot bevredigende resultaten heeft geleid.

In wat de visie in negatieve zin voor binnenstadsbewoners betekent kan ik me inleven. Als de verwachting is dat je in de toekomst ineens je auto drie straten bij je huis vandaan moet parkeren óf een forse rekening gepresenteerd krijgt, laat je dat niet over je kant gaan. Ondernemers ervaren vooral een onnodige tijdsdruk, ten koste van draagvlak.

Het bovengronds parkeren lijkt het grootste euvel: in boodschappencentrum Nijkerk parkeren klanten graag op straat(niveau), het liefst voor de deur van een winkel. Een parkeergarage gaan zij niet in. Nu moet ik bekennen dat ik ook wel eens gebruik maak van de Bonte Koe (blijft), het Wheemplein (blijft) en sporadisch de P-plaats aan de Gasthuisstraat (verdwijnt op termijn). Handig? Ja. Heilig? Nee.

Terug naar het droombeeld. Verstoren een paar auto's dat plaatje? Niet perse. Maar het vervelende van parkeerplaatsen is dat je er moet komen. En daar spat het droombeeld uiteen. Want verkeersstromen over zo'n Torenplein, die wil je niet. Met dat perspectief schaar ik me achter de visie, mits er voor bewoners een betaalbaar alternatief komt.

Wethouder Van Veelen klonk donderdag iets minder uitgesproken. Hij wekte de indruk dat het bovengronds parkeren straks in ieder deelplan opnieuw onderwerp van gesprek kan zijn. Maar wat is een visie waard als haar uitgangspunten onderhandelbaar zijn? Net als één van de insprekers - die het verhaal van Wim Wollig typeerde als ,,lichtromige chocolademelk" - houd ik ook wel van iets meer zwart-wit.

 

Ik ben benieuwd of de raad morgen kleur bekent.

 

Nelleke den Besten